Box 3-belasting: vermogensbelasting op sparen en beleggen uitgelegd

Wat is box 3 en wat valt eronder?
De Nederlandse inkomstenbelasting bestaat uit drie boxen. Box 1 gaat over inkomen uit werk en woning, box 2 over een aanmerkelijk belang in een bedrijf, en box 3 over inkomen uit sparen en beleggen. In box 3 betaalt u dus belasting over uw vermogen.
Onder box 3 vallen onder andere:
spaargeld en banktegoeden (in binnen- en buitenland);
beleggingen zoals aandelen, obligaties en ETF's;
cryptovaluta;
een tweede woning, vakantiehuis of verhuurd vastgoed;
vorderingen en contant geld boven de vrijstelling.

Let op: de woning waarin u zelf woont, valt meestal in box 1. Aandelen in uw eigen bv vallen bij een aanmerkelijk belang in box 2, niet in box 3.
Hoe wordt de box 3-belasting berekend in 2026?
De Belastingdienst kijkt niet naar wat u werkelijk aan rente of rendement hebt ontvangen, maar gaat uit van een fictief (forfaitair) rendement. De peildatum is 1 januari 2026: de waarde van uw bezittingen en schulden op die dag bepaalt de berekening.
Voor 2026 gelden drie vermogenscategorieën, elk met een eigen percentage:
Categorie |
Forfaitair rendement 2026 |
|---|---|
Banktegoeden (sparen) |
1,28% (voorlopig) |
Beleggingen en overige bezittingen |
6,00% (definitief) |
Schulden |
2,70% (voorlopig) |
Over het berekende voordeel betaalt u vervolgens 36% belasting.
De percentages voor banktegoeden en schulden zijn nog voorlopig. De Belastingdienst stelt deze begin 2027 definitief vast op basis van de werkelijke gemiddelde spaar- en kredietrente. Het percentage van 6% voor beleggingen staat al wel vast in de wet.
Heffingsvrij vermogen en tarief in 2026
Tot een bepaald bedrag betaalt u geen box 3-belasting. Dit heffingsvrij vermogen is in 2026 verhoogd naar 59.357 euro per persoon, oftewel 118.714 euro voor fiscale partners samen. Alleen het vermogen boven die grens telt mee.

Verder gelden in 2026 deze bedragen:
belastingtarief box 3: 36%;
schuldendrempel: 3.800 euro per persoon (7.600 euro voor fiscale partners);
vrijstelling contant geld: 672 euro per persoon (1.344 euro voor partners);
vrijstelling groene beleggingen: 26.715 euro per persoon (53.430 euro voor partners).

De vrijstelling voor groene beleggingen verdwijnt vrijwel volledig: in 2027 daalt deze naar slechts 200 euro per persoon en vanaf 2028 vervalt de vrijstelling helemaal. Houd hier rekening mee als u groen belegt.
Rekenvoorbeeld: zo pakt box 3 uit

Stel: u hebt op 1 januari 2026 150.000 euro spaargeld en geen fiscale partner. De berekening: 150.000 × 1,28% = 1.920 euro belastbaar rendement. Na aftrek van het heffingsvrij vermogen (59.357 euro) blijft een grondslag van 90.643 euro over. Uw aandeel in de grondslag is 60,42%, dus het voordeel uit sparen en beleggen is 1.920 × 60,42% = 1.160 euro. Daarover betaalt u 36% belasting: 417 euro.
De tegenbewijsregeling: betalen over uw werkelijke rendement
Het forfaitaire systeem staat al jaren onder druk. Na uitspraken van de Hoge Raad in juni 2024 staat vast dat u mag kiezen om belasting te betalen over uw werkelijke rendement, als dat lager is dan het forfaitaire rendement. Deze tegenbewijsregeling is inmiddels wettelijk vastgelegd en geldt met terugwerkende kracht vanaf 2017.
Voor de jaren 2017 tot en met 2024 gebruikt u het formulier „Opgaaf werkelijk rendement" via Mijn Belastingdienst. Vanaf belastingjaar 2025 — waarvan u in 2026 aangifte doet — is de regeling geïntegreerd in de gewone aangifte inkomstenbelasting. Een apart formulier is dan niet meer nodig.

Wat verandert er na 2026?
Het kabinet werkt aan een volledig nieuw box 3-stelsel dat belasting heft op het werkelijk behaalde rendement, inclusief gerealiseerde en ongerealiseerde waardestijgingen. De invoering staat gepland voor 2028. Tot die tijd blijft de zogenoemde Overbruggingswetgeving gelden, met de forfaitaire percentages.
Wat betekent dit voor ondernemers en investeerders?
Hebt u als ondernemer privévermogen — spaargeld, beleggingen of een verhuurd pand — dan valt dat in box 3. Door de hogere forfaits en de tegenbewijsregeling loont het om jaarlijks te bekijken welke berekening voor u gunstiger uitpakt. Voor wie een bv heeft, kan het bovendien de moeite waard zijn om te laten beoordelen of vermogen privé (box 3) of via de bv (box 2) op lange termijn verstandiger is.
Wat valt er onder box 3 in 2026?
Spaargeld, beleggingen (aandelen, ETF's, obligaties), cryptovaluta, een tweede woning of verhuurd vastgoed, vorderingen en contant geld boven de vrijstelling. Uw eigen woning valt meestal in box 1.
Hoeveel belasting betaal ik in box 3?
Het tarief is 36% over het forfaitaire rendement. Dat rendement hangt af van het soort vermogen: 1,28% voor spaargeld, 6% voor beleggingen en overige bezittingen, en 2,70% voor schulden (cijfers 2026).
Wat is het heffingsvrij vermogen in 2026?
59.357 euro per persoon, of 118.714 euro voor fiscale partners samen. Tot dat bedrag betaalt u geen box 3-belasting.
Wat is de tegenbewijsregeling?
Een regeling waarbij u belasting betaalt over uw werkelijke rendement in plaats van over het forfaitaire rendement, als uw werkelijke rendement lager is. U moet dit met uw administratie kunnen onderbouwen.
Valt mijn eigen woning onder box 3?
Nee, de woning waarin u zelf woont valt in principe in box 1. Een tweede woning of verhuurde woning valt wel in box 3.
Wanneer komt het nieuwe box 3-stelsel?
De invoering van een stelsel op basis van werkelijk rendement staat gepland voor 2028. Tot die tijd geldt de Overbruggingswetgeving met forfaitaire percentages.
